Berg, Willem van den

(Den Haag 1886 - 1970 Amsterdam)

a. Zelfportret, 1932; zwart krijt, 14 x 11.

Van den Berg kreeg zijn eerste tekenlessen van zijn vader, Andries van den Berg (1852-1944). Daarna studeerde hij aan de Haagse academie en behaalde

b. Portret van de schilder en tekenaar Ids Wiersma, 1907; zwart krijt, 24 x 13,5.

in 1904 zijn MO-akte. Een belangrijk moment in zijn leven was de ontmoeting in 1912 met Willem van Konijnenburg, die een grote invloed op hem zou gaan uitoefenen. Van Konijnenburg was een charismatische persoonlijkheid met uitgesproken opvattingen over kunst, welke Van den Berg sterk aanspraken.

c. Portret van de voordrachtskunstenaar Albert Vogel, 1921; zwart krijt, 11,5 x 9.

Mede omdat hij af en toe meewerkte aan opdrachten van Van Konijnenburg, evolueerde Van den Bergs manier van schilderen langzamerhand van een losse Haagse School-achtig werkwijze naar een meer uitgewerkte, gestileerde manier van vormgeven, die in zijn figuurstukken soms enigszins naar het karikaturale neigt.

d. Portret van de graficus Henri van der Stok, 1922; zwart krijt, 11,5 x 9,5.

In 1938 werd Van den Berg benoemd tot hoogleraar aan de Rijksakademie te Amsterdam, van welk instituut hij in 1940 tevens directeur werd. Hij wist de academie zonder al te veel kleerscheuren door de Tweede Wereldoorlog heen te loodsen. In 1953 ging hij met pensioen.
Van den Berg was een veelzijdig kunstenaar, die behalve figuurstukken – veelal scènes uit het boeren- en vissersleven, maar ook af en toe bijbelse taferelen – en vele portretten, ook diertaferelen, landschappen, stads- en dorpsgezichten en stillevens heeft geschilderd. Verder heeft hij geregeld grafiek in diverse technieken vervaardigd en enkele boeken geïllustreerd.

e. Portret van de beeldhouwer Jan Altorf, 1923; zwart krijt, 11,5 x 9,5.

Hij was daarnaast een onvermoeibaar tekenaar die altijd een schetsboekje paraat had en continu bezig was motieven uit zijn directe omgeving vast te leggen. Zo heeft hij een enorme hoeveelheid schetsjes gemaakt van alle mogelijke onderwerpen, waaronder een groot aantal informele portretjes van collega’s en scènes uit het kunstenaarsleven. Veel daarvan heeft hij getekend tijdens bijeenkomsten in Arti et Amicitiae en Pulchri Studio, waarvan hij vanaf 1910, respectievelijk vanaf 1921 lid was.

Dit artikel (van de hand van Jan Jaap Heij) is met toestemming van de rechthebbenden (Drents Museum en uitgever WBOOKS BV) ontleend aan het boek 'Vernieuwing & Bezinning' dat niet meer zal worden herdrukt.

abcde. Tom Haartsen, Ouderkerk a/d Amstel