Vaarzon Morel, Wilhelm Ferdinand Abraham Isaac (Willem)

(Zutphen 1868 - 1955 Koudekerke)

a. Portret van de echtgenote van de kunstenaar, ca. 1905; olieverf op doek, 68 x 54,5.

Vaarzon Morel, wiens vader landmeter was, kreeg zijn opleiding achtereenvolgens op de Kunstnijverheidsschool in Haarlem, de Rijksnormaalschool en de Rijksakademie (1888-1892). Op dit laatste instituut raakte hij bevriend met Pieter Dupont en Klaas van Leeuwen, die beide enige jaren later met een zus van hem zouden trouwen. In 1891 kreeg hij een prijs van het Willlink van Collenfonds en in 1892 en 1893 werd hem een Koninklijke Subsidie verleend. Daarna vestigde hij zich in Haarlem (waar zijn ouders sinds 1885 ook woonden), van waaruit hij diverse reizen naar o.a. Londen en Berlijn maakte. Rond 1895 bracht hij een half jaar door in Parijs, waar in die tijd ook Dupont en Van Leeuwen verbleven.
Na zijn terugkeer naar Haarlem werd hij vooral actief als illustrator. Zijn eerste project op dit gebied dat de aandacht trok was het platenboek Herinneringen aan het bloemencorso [van] 12 april 1896, een uitgave van de Haarlemse uitgeverij De Erven Bohn uit 1896. Voor dezelfde uitgeverij tekende hij het jaar daarop de 12 platen van de losbladige map Een Hollandsche Kermis. Hiermee oogstte hij nog meer waardering, hetgeen er onder meer toe leidde dat hij verschillende illustratie-opdrachten kreeg van de Hollandsche Revue en Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift. In 1899 trouwde hij en in 1901 verhuisde hij naar Arnhem, van waaruit hij zich in 1903 in Oosterbeek vestigde. Hij gaf het illustreren er nu vrijwel aan en ging zich toeleggen op het schilderen. Na enige jaren raakte hij weer op deze omgeving uitgekeken en, na in 1909 een reis door Italië en Zwitserland te hebben gemaakt, besloot hij zich in 1910 in Veere te vestigen. Hier zou hij de rest van zijn leven blijven wonen en er met zijn gezin vele gelukkige jaren doorbrengen, totdat hij in 1954 moest worden opgenomen in een verpleeghuis in Koudekerke, waar hij een jaar later overleed.

b. Vrouw die uit draaimolen stapt (studie voor de platenmap Een Hollandsche Kermis), ca. 1897; gekleurd krijt, 32 x 24.

Vaarzon Morel heeft een gevarieerd oeuvre nagelaten, dat landschappen, stadsgezichten, genretaferelen (waaronder veel strandscènes), bloemstillevens en portretten omvat. Hij heeft behalve olieverfschilderijen ook geregeld aquarellen gemaakt en in krijt en pastel getekend. Met zijn kleurige, vlotte stijl had hij veel succes bij zowel critici als publiek, onder meer op de tentoonstellingen bij Arti et Amicitiae, waarvan hij sinds 1901 lid was, en op de jaarlijkse exposities in Domburg, waar hij veel contacten had in de kunstenaarskolonie die daar ’s zomers bijeenkwam.

Dit artikel (van de hand van Jan Jaap Heij) is met toestemming van de rechthebbenden (Drents Museum en uitgever WBOOKS BV) ontleend aan het boek 'Vernieuwing & Bezinning' dat niet meer zal worden herdrukt.

ab. JAV Studio’s, Assen