VVNK-symposium (2) in Drents Museum: ‘Fraaie vensters: decoratief vlakglas in de bouwkunst van 1880-1940’
Foto’s Greetje Engelsman
VVNK-symposium (2) in Drents Museum: ‘Fraaie vensters: decoratief vlakglas in de bouwkunst van 1880-1940’
Foto’s Greetje Engelsman
VVNK-symposium (1) in Drents Museum: ‘Fraaie vensters: decoratief vlakglas in de bouwkunst van 1880-1940’
Foto’s Eef de Hilster
In overleg met ABC Achitectuurcentrum Haarlem is het gelukt om een speciaal bezoek met inleiding te regelen aan de tentoonstelling over de architect Van Loghem.
J.B. van Loghem (1881-1940) was architect en overtuigd socialist, wat tot uiting kwam in zijn ontwerpen voor tuindorpen: bijvoorbeeld Betondorp in Amsterdam en Tuinwijk in Haarlem. Na een korte periode waarin hij meewerkte aan nieuwbouw in Siberie, keerde hij teleurgesteld terug in Nederland. Met zijn nieuwe inzichten ontwikkelde hij zich vanaf dat moment tot een vurig pleitbezorger van het Nieuwe Bouwen.
Over deze opmerkelijke architect en bijzondere persoonlijkheid is in mei een boek verschenen : J.B. van Loghem, architect van een optimistische generatie, geschreven door Rudolphine Eggink.
Op zaterdag 8 oktober aanstaande is er een speciaal programma voor de leden van de VVNK. Alle VVNK-leden ontvangen per e-mail een uitnodiging met het programma en aanvullende informatie.
Op zaterdag 3 september 2022 organiseert de Vereniging Vrienden Nieuwe Kunst 1900 een symposium in het Drents Museum te Assen.
Het onderwerp van het symposium is:
‘Fraaie vensters: decoratief vlakglas in de bouwkunst van 1880-1940’.
Dankzij de industriële technische ontwikkeling van vlakglas (vensterglas) in de 19de eeuw werd het mogelijk grotere oppervlakten te maken. In Nederland werd het als halfproduct geïmporteerde glas bewerkt: gebogen, gebrand of als glas-in-lood aangeboden. De technische ontwikkelingen en de bevolkingsgroei zorgden voor nieuwe gebouwtypen en maakten de bouw van veel woningen noodzakelijk. Naast toepassing in publieksgebouwen (kerken, stadhuizen, stations), winkels en zakelijke kantoren was er ook belangstelling vanuit de particuliere woningbouw. Kopers konden kiezen uit catalogi-voorbeelden, maar ook kunstenaars in opdracht bij het ontwerp betrekken. Uit de art-nouveau en art-deco-perioden zijn er talloze voorbeelden van, terwijl ook daarna de belangstelling voor vlakglas-toepassingen bleef bestaan.
Op het symposium worden de technische ontwikkeling en de cultuurhistorische aspecten van de glasbewerking in die periode toegelicht. Tevens wordt nader ingegaan op een aantal specifieke kunstenaars die ontwerpen maakten voor decoratief vlakglas.
Alle VVNK-leden ontvangen een e-mail met het programma en aanvullende informatie.
Art Nouveau in Nederland – Architectuur rond 1900
Bé Lamberts
(Uitgeverij Noordboek, Gorredijk, 2021)
Er is een kunstenaarsmonografie aan de website toegevoegd over Wilhelmina Drupsteen.
(Amsterdam 1880 – Oosterbeek 1966)
Met penseel en palet in de aanslag is Wilhelmina Drupsteen gefotografeerd in haar lichte en ruime atelier. Boven de foto prijkt de tekst: ‘bekende tijdgenote die reformkleding draagt’ [Afb. a]. Drupsteen siert hier als moderne vrouw en kunstenaar de cover van Onze Kleeding, het maandblad van de Vereeniging voor de Verbetering van Vrouwenkleding (V.v.V.v.V.), waar ze tevens zelf lid van was. Ze werkt aan een levensgrote wandschildering voor de tentoonstelling De Vrouw 1813-1913 in 1913: misschien wel het belangrijkste jaar in Drupsteens carrière [Afb. b].
Opleiding
De veelzijdige kunstenaar Wilhelmina (Willy) Drupsteen werd op 10 oktober 1880 geboren in Amsterdam. Op haar zestiende werd Drupsteen toegelaten tot de klas ‘Handteekenen’ aan de Rijks-Normaalschool voor Teekenonderwijzers in Amsterdam, waar ze in 1900 haar akte Middelbaar Onderwijs haalde. Ze vervolgde haar opleiding in Amsterdam aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid bij de afdeling decoratieve schilderkunst (1900-1902) en de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten waar ze in 1906 afstudeerde. Tijdens haar studietijd werkte ze als assistente en later als lerares bij de Dagteeken- en Kunstambachtsschool voor meisjes in Amsterdam.
Prijsvragen en opdrachten
Tijdens haar studietijd dong ze al mee naar verschillende prijsvragen, onder andere voor een omslag van de V.v.V.v.V. in 1901 (eervolle vermelding) en een schild van een scheurkalender voor de Vereeniging ‘Het Nederlandsche Zeewezen’ (gewonnen). In 1906, het jaar van haar afstuderen, werd de Koninklijke Subsidie aan haar toegekend. Aansluitend illustreerde ze twee sprookjesboeken: Sneeuwwitje (1906) en Asschepoester (1907) [Afb. c]. Haar gedetailleerde, kleurrijke sprookjesillustraties en geometrisch gedecoreerde schutbladen exposeerde ze in de jaren daarna meermaals en werden opgemerkt in de pers. Zo vond de bekende kunstcriticus N.H. Wolf het ‘mooi, fijn werk van levendige kleur, zonder te kleurig te zijn.’ Ook de door haar ontworpen kalenders vond hij ‘zeer mooi’. Drupsteen was onder andere lid van de Nederlandsche Vereeniging van Ambachts en Nijverheidskunst (VANK) en Arti en Amicitiae. In 1908 ontving ze bij Arti de Willink van Collenprijs voor het schilderij ‘In ’t wit’ en exposeerde ze etsen en litho’s op de tentoonstelling Kunst aan het Volk. Daarnaast exposeerde Drupsteen in 1912 onder andere op de Ideal Home Exhibition in Londen en op de Internationale tentoonstelling van het boek en de Graphische vakken in Leipzig in 1914.
De Vrouw 1813-1913
In 1913 kreeg Drupsteen meer bekendheid door haar uiteenlopende bijdragen aan de omvangrijke tentoonstelling De Vrouw 1813-1913 in Amsterdam. Ze ontving van het hoofdbestuur de opdracht om wandschilderingen te maken voor de ontvangsthal, waarvoor ze zich liet inspireren door het werk van de schrijfsters Henriette Roland Holst-van de Schalk en Olive Schreiner. Bovendien won Drupsteen met haar ingezonden ontwerp ‘Paars en groen’ de prijsvraag voor het affiche van de tentoonstelling. Drupsteens affiche-ontwerp, verwant aan de Art Nouveau, was door heel het land te zien: als aanplakbiljet, winkelbiljet, sluitzegel en op de omslag van het spoorboekje en andere souvenirs. Bovendien werd het ontwerp ook gebruikt als omslag van de tentoonstellingscatalogus [Afb. d]. Daarnaast had Drupsteen de leiding over de grafische bewerking van de Afdeling Statistieken op de tentoonstelling. In de jaren daarna bleef ze betrokken bij de vrouwenbeweging. Zo ontwierp ze de band voor het Gedenkboek ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (V.v.V.) en maakte ze deel uit van het artistiek-comité omtrent de optochten die door de V.v.V. werden georganiseerd.
Na een periode van ziekte en financiële problemen vertrok Drupsteen in 1939 uit Amsterdam naar Gelderland. Ze woonde in Bennekom, Wageningen en Oosterbeek. In de laatste stad overleed ze in 1966 in het verpleegtehuis De Hemelse Berg. Naast de grafische ontwerpen en illustraties die ze veelal in opdracht maakte, vervaardigde ze ook vrij werk, waaronder etsten, aquarellen en stillevens en portretten in olieverf, die sporadisch nog bij kunsthandels opduiken. Ze legateerde onder andere tien esoterische aquareltekeningen en een schilderij van haar grootmoeder aan het Kröller-Müller Museum [Afb. e]. In de collectie van het Rijksmuseum Amsterdam bevinden zich een aantal etsen, onder andere van een zittende naakte vrouw in natuurgetrouwe stijl, die Drupsteen in 1925 aan het museum schonk [Afb. f]. In de collectie van het Drents Museum en Museum Veluwezoom is eveneens werk van Drupsteen aanwezig.
Auteur: Roby Boes
Op de pagina fotoreportages staan een drietal fotoseries van de ALV, lezingen en rondwandeling in en rond het Anatomiegebouw in Utrecht.
ALV (1), lezingen van Peter Koolmees en Arjan den Boer (2) en wandeling (3)
Foto’s Eef de Hilster