Hart, Cornelia van der

(Bukittinggi 1851 – 1940 Den Haag)

Fotograaf onbekend, Cornelia van der Hart; gereproduceerd in “Onze Schilders”, Maandblad voor beeldende kunsten jrg 2 (1925) nr. 11, p. 356.

Cornelia van der Hart had een lange en veelzijdige loopbaan waarin ze in veel verschillende kunstvormen actief was. Ze werd positief gewaardeerd door haar tijdgenoten, hoewel ze de openbaarheid weinig opzocht. Zo werd haar oeuvre tegen het eind van haar carrière beschreven als ‘een verrassing voor de velen, die, een beetje door haar eigen schuld, den naam dezer artiste bijna hadden vergeten.’1

Van der Hart werd op 5 december 1851 geboren in Fort de Kock (Bukittinggi), Sumatra als dochter van Alexander van der Hart (1808-1855) en Anna Carolina Elize Michiels (1825-1863). Haar vader was kolonel en civiel en militair gouverneur van Celebes (Sulawesi). Hij overleed toen Cornelia slechts vijf jaar oud was en acht jaar later verloor zij ook haar moeder. Op dertienjarige leeftijd kwam Cornelia met haar stiefvader naar Nederland.

Ze koos voor een opleiding aan de Haagse Academie van Beeldende Kunsten waar zij les kreeg van Johan Philip Koelman. Tussen 1877 en 1878 was ze er ingeschreven bij zijn M.O.-cursus, een beroepsopleiding ter voorbereiding op het staatsexamen voor het behalen van de akte voor het Middelbaar Onderwijs. De akte moet ze behaald hebben, want in 1879 werd Van der Hart aangesteld als lerares tekenen bij de cursus voor vrouwelijke studenten. Zij was daarmee de eerste vrouwelijke docent aan de Academie.

Cornelia van der Hart, De Vriendinnen; gereproduceerd in “Onze Schilders”, Maandblad voor beeldende kunsten jrg 2 (1925) nr. 11, p. 356.

In hetzelfde jaar kreeg zij ook de Koninklijke Subsidie toegekend, een aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars in de vorm van een jaarlijkse toelage. Ze ontwikkelde zichzelf in de breedte zonder zich te voegen naar een bepaalde school of zich te beperken tot een bepaald genre. Ze kreeg les van Philip Zilcken in de etskunst. Als beeldend kunstenaar schilderde, tekende en etste ze figuren, stads- en dorpsgezichten en landschappen.

Haar werk exposeerde ze onder andere bij tentoonstellingen van kunstwerken van levende meesters en op de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs, waar het met een bronzen medaille bekroond werd. Zij deed zaken met de kunsthandels Van Wisselingh & Co en Goupil en Cie. Zo kwam haar werk ook in buitenlandse collecties terecht. De bekende Schotse industrieel en kunstverzamelaar James Staats Forbes kocht bijvoorbeeld schilderijen van haar bij Goupil. Ook was ze lid van verschillende kunstenaarsverenigingen, waaronder het schilderkundig genootschap Pulchri Studio.

Rond de eeuwwisseling begon Van der Hart ook te werken als illustrator en ontwerper. Ze illustreerde boeken, ontwierp boekbanden, en timmerde meubelen.

Cornelia van der Hart, verschillende boekbanden; gestempeld linnen en karton, resp. 1902-1940, 1901 en 1903, Drents Museum, Assen.

Ze zat in de organisatie van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid die in 1898 in Den Haag plaatsvond ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Deze tentoonstelling werd georganiseerd door uitsluitend vrouwen en had als doel het taboe op betaalde vrouwelijke arbeid te doorbreken en de positie van de vrouw op de arbeidsmarkt te verbeteren. Van der Hart was lid van de Regelingscommissie, die belast was met de logistiek van de expositie. Bovendien illustreerde ze catalogi, briefpapier en het blad Vrouwenarbeid voor de tentoonstelling en was ze artistiek verantwoordelijk voor de ruimte die was gewijd aan de koloniale afdeling Oost-Indië.

Van der Hart was ook nauw betrokken bij twee Haagse initiatieven die uit het succes van deze tentoonstelling voortkwamen: de winkels Boeatan en De Wekker. Beide ondernemingen werden door vrouwen geleid en hadden tot doel meer bekendheid en waardering te creëren voor de objecten die ze verkochten en hun makers. Boeatan toonde en verkocht kunst- en handwerk uit Indonesië en De Wekker bood door vrouwen gemaakte kunstnijverheid aan, ook uit destijds voornamelijk door mannen gedomineerde categorieën zoals keramiek, meubelen en houtsnijwerk. Voor De Wekker maakte Van der Hart onder andere enkele aardewerk stukken die zich nu in de collectie van Kunstmuseum Den Haag bevinden.

Cornelia van der Hart voor De Wekker, wandbord en vaasje; geglazuurd aardewerk, 1903-1907, Kunstmuseum, Den Haag.

Van der Hart trouwde niet en bleef tot op hoge leeftijd kunst maken, maar ze trad er zelf weinig mee naar buiten. Op initiatief van vrienden werd er in 1923 een overzichtstentoonstelling van haar veelzijdige werk bij kunstzaal Kleykamp georganiseerd en ter ere van haar 80ste verjaardag een ere-tentoonstelling bij Pulchri Studio. Op beide exposities werd haar werk vol lof ontvangen.

In 1935 verscheen er naar aanleiding van een tentoonstelling van haar werk een artikel in Het Vaderland dat beschreef hoe zij met haar 84 jaar nog altijd dagelijks werkte van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat: ‘Een merkwaardige verschijning in de kunstenaarswereld. Ieder Hagenaar kent haar, de kleine, tengere bewoonster der Archipelbuurt, als zij haar middagwandeling maakt, gehuld in een groote cape, en langzaam maar nog energiek en pittig gaat in onze door het verkeer van auto’s en motorbussen, welhaast onveilige straten.’2

Auteur: Julia Krikke

Literatuur
Cornelia van der Hart, “Batiek”, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift jrg 8 (1898), nr. 16 (juli-december), p. 366-368.

Noten
1. “CORNELIA VAN DER HART”, Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad  28-11-1931.

2. “CORNELIA VAN DER HART”, Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad 24-10-1935.