Deutmann, Frans Wilhelm Maria

(Zwolle 1867 – 1915 Amsterdam)

a. Frans Deutmann, Zelfportret; krijt op papier, 1915, Rijksmuseum, Amsterdam.

Aan de reacties op zijn overlijden te zien, was Frans Deutmann (1867-1915) binnen de kunstenaarskringen een geliefde vriend. Zo vertelde beeldhouwer Abraham Hesselink namens Arti et Amicitiae, waar Deutmann jarenlang lid van was, dat het een ernstige plicht was “afscheid te nemen van den nog jeugdigen, braven vriend. Zijn werk was fijn en teer gelijk hij zelf was, braaf en eerlijk, vriend voor vrienden met een hart van goud; met hem is een onzer beste vrienden weggegaan”.1 Kunstenaar Egbert Schaap voerde het woord namens kunstenaarsvereniging St. Lucas, waar Deutmann eveneens lid van was, waarbij hij vermeldde dat men nog veel van hem had kunnen verwachten. Ten slotte namen de Gooise schilders afscheid, waarbij schilder Evert Pieters vertelde dat Deutmann “een der kranigste vertegenwoordigers van de Gooische kunst” was.2

Hoewel na zijn overlijden met lof over Deutmann werd geschreven, is er weinig over hem bekend [afb. a]. Dit heeft er waarschijnlijk mee te maken dat hij vroeg is gestorven en minder toonaangevend was dan andere schilders in zijn tijd. Deutmann staat bekend om zijn boerentaferelen, portretten, bloemstillevens en landschappen, geschilderd in de stijl van de Haagse school. Karakteristiek is bijvoorbeeld het schilderij Landschap met geit, met een zachte lichtinval, een losse toets en aardse kleuren [afb. b]. Enkele schilderijen en tekeningen bevinden zich in het Rijksmuseum, het Singer Laren en het Teylers Museum. Verder bevinden zijn werken zich vooral in privécollecties. Deutmann werd geboren in Zwolle, zijn vader was fotograaf Franz Wilhelm Heinrich Deutmann en zijn jongere broer was fotograaf Herman Deutmann, die het koningshuis fotografeerde en medeoprichter was van de Nederlandsche Fotografen Kunstkring.

b. Frans Deutmann, Landschap met geit; olieverf op paneel, ca. 1887-1915, Rijksmuseum, Amsterdam.

Op zestienjarige leeftijd bezocht Deutmann de Kunstnijverheidsschool in Amsterdam en daarna ging hij in de leer bij kunstschilder Jan Derk Huibers. In 1885 vertrok hij naar de Academie in Antwerpen, waar hij les kreeg van kunstschilder Karel Verlat.3 Op de academie schilderde hij een van zijn bekendste werken dat zich nu in het Singer Laren bevindt [afb. c]. Dit schilderij bevat een sterk clair-obscur contrast dat afwijkt van zijn latere werk, waar hij gebruik maakte van zachte lichtinval zonder grote contrasten. In 1889 ging Deutmann naar Parijs, waar hij zelfstandig werkte in een eigen atelier. In 1890 was hij in Londen, waar hij portretten schilderde, maar na een half jaar keerde hij terug naar Amsterdam.

c. Frans Deutmann, Vlaams meisje; olieverf op doek, 1887, Laren, Singer Laren.

De periode tussen 1891 en 1900 wordt beschreven als “een moeite- en kommervolle periode” en in deze tijd verschijnen in meerdere kranten de advertenties van Deutmann & zonen, kunstschilders en photographen. Volgens Jan P. Koenraads en Carole Denninger-Schreuder zou Deutmann voor een jaar fotograaf geweest zijn, maar er zijn geen foto’s bekend die specifiek door hem gemaakt zijn. 4

Aan het eind van de negentiende eeuw leek het weer wat beter te gaan en deelde Deutmann een atelier op de Rozengracht 66 in Amsterdam met onder andere Jozef Israëls en Ferdinand Hart Nibbrig [afb. d].5 In 1904 vertrok hij naar Laren, waar hij kort lid werd van de schildersclub De Tien.6 In deze periode wordt zijn naam meestal als Deutman geschreven in plaats van Deutmann. Hij kreeg opdrachten voor portretten, zoals van het studentencorps van de Vrije Universiteit in 1905.7 Hij deed mee aan de jaarlijkse tentoonstellingen van vereniging St. Lucas en aan de tentoonstellingen van kunstwerken van levende meesters in het Stedelijk Museum.8

d. Frans Deutmann, Gezicht in de Rozenstraat te Amsterdam; krijt op papier, ca. 1892-1903. Rijksmuseum, Amsterdam.

De laatste jaren van zijn leven was Deutmann ernstig ziek. Hij kwam nog weinig aan schilderen toe en overleed in 1915.9 Tien jaar na zijn overlijden werd er een herdenkingstentoonstelling georganiseerd door de Zwolsche Kunstkring. De Kunstkring was niet tevreden over de opkomst en uitte hierover haar ongenoegen in de krant: “het werk, dat hier te zien is, verdient beter. Het is uit den aard der zaak geen modern werk, maar wie is er, die alleen het moderne zou kunnen waardeeren en niet wat daarvóór genoten werd? Of zijn wij zoo verwend, dat wij alleen de allergrooten nog kunnen waarderen en al het iets minder groote niet de moeite waard achten?”.10 Al met al was Deutmann in zijn tijd een gewaardeerde kunstschilder die waarschijnlijk nooit het hoogtepunt van zijn carrière bereikt heeft.

Auteur: Joëlle Daems

Noten
1. ‘Frans Deutman’, De Gooi- en Eemlander 44 (1915) nr. 58.

2. ‘Begrafenis Frans Deutman’, De Telegraaf 23 (1915) nr. 9094.

3. Atelier Frans Deutman, Amsterdam 1916 (veilingcatalogus Frederik Muller & Co).

4. Jan P. Koenraads, Laren en zijn schilders. Kunstenaars rond Hamdorff, Laren 1985. Carole Denninger-Schreuder, Schilders van Laren, Bussum 2003.

5 I.H. van Eeghen, ‘Een schildershuis op de Rozengracht’, Maandblad Amstelodamum 40 (1953), p. 42.

6. Registratie Franz Wilhelm Maria Deutmann, Amsterdam, Stadsarchief, archiefnummer 5416, inventarisnummer 153.

7. “Schildersclub ‘De Tien’ (1)”, www.historischekringlaren.nl/schildersclub-de-tien-1/, (geraadpleegd 27 nov. 2020).

8. Vereeniging Sint Lucas jaarlijkse tentoonstellingen van 1897 tot en met 1915. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Amsterdam 1903 (catalogus). Stedelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters 1907 (catalogus).

9. ‘In memoriam Frans Deutman’, De Tijd 81 (1925) nr. 23825. Overlijdensakte Franz Wilhelm Maria Deutmann, Haarlem, Noord-Hollands Archief, akteplaats Blaricum, aktenummer 19, registratiedatum 23-07-1915.

10. ‘Tentoonstelling Fr. Deutman’, Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant (1925) nr. 299.