Krop, Hildebrand Luciën (Hildo)

(Steenwijk 1884 - 1970 Amsterdam)

a. Graf Hildo Krop, N-III-3 (1.4), Begraafplaats Zorgvlied Amsterdam

‘Hier ligt begraven Hildo Krop stadsbeeldhouwer van Amsterdam’ valt er op een marmeren gedenkteken op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied te lezen. Bovenop het graf prijkt één van Krops beeldhouwwerken ‘De Eeuwige Vrouw’, dat hij in 1925 maakte voor het Hollands Paviljoen op de Exposition des arts décoratifs et industriels modernes in Parijs. Krop was een veelzijdig kunstenaar die zowel de creativiteit als de techniek bezat om zijn sculpturen vorm te geven. Een deel van het Amsterdamse straatbeeld wordt tot op de dag van vandaag door het werk van Krop bepaald.

 

b. Hildo Krop in 1898, foto gemaakt door zijn grootvader Hendrik Cordes.

Toen Hildebrand Luciën Krop op 26 februari 1884 in Steenwijk werd geboren, was van een toekomst als beeldhouwer zeker geen sprake. Als bakkerszoon was hij voorbestemd om de bakkerij van zijn vader over te nemen. Op veertienjarige leeftijd ging hij in de leer bij verschillende bakkerijen en kreeg hij boetseerlessen op de Ambachtsschool als basis voor het maken van marsepeinfiguren. Hij reisde naar Italië en Engeland om daar te werken als chef-kok. In 1906 werd hij aangenomen op het historische buitenverblijf Well Hall van Hubert Bland en zijn vrouw, kinderboekenschrijfster Edith Nesbit (1858-1924). Via hen kwam Krop in contact met verschillende kunstenaars. De portretten die Krop in zijn vrije tijd schilderde werden gewaardeerd en op aanraden van de Britse lithograaf Gerald Spencer Pryse (1882-1956) ging hij op schilderles.

Krop keerde in 1908 terug naar Nederland en besloot beeldhouwer te worden. Dit tot enige teleurstelling van zijn ouders die ondanks hun zes kinderen geen opvolger wisten te vinden voor de bakkerij en deze uiteindelijk verkochten. Krop werd toegelaten tot de afdeling beeldhouwen aan de Rijksacademie van Beeldende Kunst in Amsterdam. Op de academie leerde hij voornamelijk observeren en tekenen, de praktische technieken waren nog geen onderdeel van de opleiding. Om te leren hakken in steen klopte Krop aan bij de beeldhouwer John Rädecker (1885-1956). Krop voltooide zijn opleiding in 1911 en ontving in dat jaar ook de zilveren medaille van de Prix de Rome in de beeldhouwkunst voor zijn beeld Kaïn gedood door de pijl van Lamech. Door deze prijs kreeg hij de kans om een jaar in het buitenland cursussen te volgen. Daarna vestigde hij zich definitief in Amsterdam en werkte een tijdje bij de Amsterdamse meubelfabriek W. Gieben, waar A.M. Stoltz (1882-1961) de chef d’atelier hem leerde houtsnijden. Later in Krops carrière assisteerde Stoltz hem nog regelmatig als uitvoerder.

Via de kring van de bohemien Jopie Breemer (1875-1957) kwam Krop in contact met de architect Piet Kramer (1881-1961). Dankzij Kramer kreeg Krop in 1913 zijn eerste betaalde beeldhouwopdrachten. Kramer was sinds 1910 betrokken bij de ontwikkeling van het Scheepvaarthuis, een gemeenschappelijk kantoorgebouw aan de Prins Hendrikkade voor zes Amsterdamse rederijen. Hij zorgde ervoor dat Krop aan de slag kon bij het atelier van de beeldhouwer Hendrik van den Eijnde (1869-1939) die verantwoordelijk was voor de beeldhouwwerken van het Scheepvaarthuis.

c. Detail Scheepvaarthuis Hildo Krop, School vissen in de golven, graniet, 1913-16.

Om zijn gezin te kunnen onderhouden zocht Krop naar een stabiel inkomen. Hij was op 24 december 1914 getrouwd met Willemina (Mien) Frederika Sleef (1891-1981), dochter van SDAP-lid en typograaf J.W. Sleef (1866-1914). Net als zijn schoonvader was Krop geïnteresseerd in het socialisme en was lid van de SDAP van 1908-1918. Krop had zijn vrouw leren kennen tijdens een amateur liederenavond waar hij regelmatig kwam. Ze kregen drie kinderen. Op advies van Kramer klopte Krop aan bij de Dienst Publieke Werken. Op 16 juni 1916 werd Krop in dienst genomen als vaste beeldhouwer van de gemeente. Krops monopolie positie werd aan de kaak gesteld, maar de werkverhouding met de gemeente Amsterdam zou, met uitzondering van de Tweede Wereldoorlog, tot aan zijn overlijden in stand blijven. Hij werd ingezet om sculpturen te maken voor openbare gebouwen zoals scholen, arbeiderswoningen, het postkantoor en het Amsterdamse stadhuis. Doordat Kramer inmiddels architect was van de afdeling bruggen mocht Krop ook de brugsculpturen ontwerpen.

Naast zijn werk voor de Dienst Publieke Werken maakte Krop ook werken in opdracht en experimenteerde hij met verschillende materialen en technieken. Zo maakte hij voor het architectuur- en kunsttijdschrift Wendingen houtsneden. Voor de acteur Albert van Dalsum (1889-1971) en de danseres Gertrud Leistikow (1885-1948) maakte hij verschillende dans- en toneelmaskers. En voor zijn vader ontwierp Krop kunstaardewerk. Tien jaar nadat Hein Krop (1851-1938) de banketbakkerij sloot, richtte hij samen met zijn neef Hillebrand Ras (1878-1941) in 1918 de Eerste Steenwijker Kunst Aardewerk Fabriek (ESKAF) op om in betaalbaar kunstaardewerk te kunnen voorzien.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog weigerde Krop zich aan te melden voor de Kunstkammer en leefde van privé-opdrachten. Na de oorlog werd de werkverhouding met de gemeente Amsterdam hersteld. In 1956 kreeg hij op 72-jarige leeftijd de eretitel stadsbeeldhouwer van Amsterdam. Hij was toen net begonnen met een beeld van de architect Berlage voor het Victorieplein. Door gezondheidsproblemen duurde het tien jaar voordat het 5,5 meter hoge natuurstenen beeld was afgerond. Op 20 augustus 1970 kreeg Krop tijdens zijn werk in zijn atelier aan de Plantage Muidergracht een hartaanval en stierf op 86-jarige leeftijd in het harnas.

Auteur: Sylvia Alting van Geusau

Literatuur

  • Braat, L.P.J. Uit de werkplaatsen der Beeldhouwers. Amsterdam: N.V. Uitgeversbedrijf ‘De Spieghel’, [zonder jaar].
  • Heij, Wim. De mens en kunstenaar Hildo Krop. Kunst en cultuur in Steenwijkerland deel 1, IJsselacademie Kampen, 2006.
  • Heij, Wim., Loek van Vlerken. Hildo Krop stadsbeeldhouwer van Amsterdam. Stichting Instituut Collectie Krop, 2012.
  • Lagerweij-Polak, E.J. Hildo Krop, beeldhouwer. Monografieën van Nederlandse kunstenaars, Den Haag, Sdu uitgeverij, 1992.
  • Lagerweij-Polak, E.J. Hildo Krop herdenkingstentoonstelling 1884-1970 beeldhouwer en ceramist zondag 26 februari t/m zaterdag 24 maart 1984. Den Haag Kunsthandel G.J. Scherpel B.V., 1984.
  • Zalm, Rob van der., Sylvia Alting van Geusau. Dans- en toneelmaskers van Hildo Krop. Stichting Instituut Collectie Krop, 2010.
CategorieënGeen categorie