Bremmer, Hendricus Petrus

(Leiden 1871-1956 Den Haag)

1. Hendricus Petrus Bremmer, Molen, 1894, olieverf op doek, particuliere collectie
1. Hendricus Petrus Bremmer, Molen, 1894, olieverf op doek, particuliere collectie

Hendricus Petrus (Henk) Bremmer, tijdens zijn leven een autoriteit binnen de kunstwereld, raakte na zijn dood in de vergetelheid. Slechts een enkeling kon zijn naam nog in verband brengen met de totstandkoming van de collectie Kröller-Müller. Toch drukte Bremmer zijn stempel op de Nederlandse kunstwereld. Niet zozeer als kunstenaar, maar voornamelijk als ‘kunstpaus’.1

Bremmer wilde aanvankelijk kunstenaar worden. Hij volgde lessen bij de schilder Dirk L. Kooreman (1857-1898) en een opleiding tot tekenleraar. Eind 1890 huurde hij een atelier in Leiden met een aantal vrienden, onder wie Jan Vijlbrief (1868-1895) en Henri van Daalhoff (1867-1953). Zijn eerste pointillistische pogingen werden door collega-kunstenaar Johan Thorn Prikker (1868-1932) afgedaan als ‘stippeltjes kleur’2, maar in 1894 vervaardigde hij het niet onverdienstelijke schilderij Molen [Afb. 1]. De wat losse toets ruilde hij niet lang daarna in voor een meer verfijnde schildertrant met gematigde kleuren [Afb. 2 en 3]. Pointillistisch werk van Bremmer is onder andere opgenomen in de collecties van Museum De Lakenhal en het Kröller-Müller Museum [Afb. 4 en 5].

2. Hendricus Petrus Bremmer, Stilleven, 1896, olieverf op doek, Kröller-Müller Museum, Otterlo
2. Hendricus Petrus Bremmer, Stilleven, 1896, olieverf op doek, Kröller-Müller Museum, Otterlo

Zijn pointillistische schilderijen werden vrij positief beoordeeld in de pers en negatieve kritieken vatte Bremmer op als een teken dat hij tot de artistieke avant-garde behoorde. Ondanks zijn eerste successen als kunstenaar nam zijn carrière een andere wending. Socioloog Rudolf Steinmetz (1862-1940) zocht in het kader van ‘volksverheffing’ een docent om kunstlessen te verzorgen voor arbeiders. De keuze viel op Bremmer; het begin van zijn loopbaan als kunstdocent en -adviseur. Hij zou op den duur een grote kring van trouwe cursisten uit een gegoed milieu onderwijzen, die hij bovendien adviseerde in het kopen van kunst. De grootste en bekendste verzameling die onder zijn leiding ontstond is die van Hélène Kröller-Müller.

3. Hendricus Petrus Bremmer, Stilleven met tabakspot en pijp, 1907, aquarel op papier, particuliere collectie (voorheen: Kunstgalerij Albricht)
3. Hendricus Petrus Bremmer, Stilleven met tabakspot en pijp, 1907, aquarel op papier, particuliere collectie (voorheen: Kunstgalerij Albricht)

De leer die Bremmer ontwikkelde om ‘kunst te leeren zien’ noemde hij de ‘Praktische Aesthetica’. Hij putte onder andere uit symbolistische theorieën, de Ethica van Spinoza en de ideeën van de schrijvers van De Nieuwe Gids. Aan de hand van criteria bood hij de cursist en kunstkoper houvast bij het beoordelen van kunst, waarbij ook de persoonlijkheid en emoties van de kunstenaar in overweging werden genomen. Dat verklaart Bremmers aantrekkingskracht tot Vincent van Gogh, over wie hij in 1911 het boek ‘Vincent van Gogh. Inleidende beschouwingen’ publiceerde.

Naast cursisten bevonden zich ook kunstenaars in Bremmers invloedsfeer. Zij werden geacht hard te werken om zich te ontwikkelen in artistiek en spiritueel opzicht, om zo een zo goed mogelijke kunstenaar te worden. Het was voor nog onbekende kunstenaars van belang om bij Bremmer in de smaak te vallen, want hij kon hun werk aanprijzen bij zijn geïnteresseerde en koopkrachtige publiek of er aandacht aan besteden in zijn publicaties. Daarnaast kocht Bremmer vaak werk aan, om het later al dan niet door te verkopen, en steunde hij kunstenaars met structurele toelagen.

4. Hendricus Petrus Bremmer, Landschap met molen, 1894, olieverf op doek, Museum De Lakenhal, Leiden
4. Hendricus Petrus Bremmer, Landschap met molen, 1894, olieverf op doek, Museum De Lakenhal, Leiden

Zijn advies bood sommigen houvast, terwijl anderen door angst om zijn steun kwijt te raken mogelijk in hun ontwikkeling werden geremd. Zo dreigde Bart van der Leck (1876-1958) zijn toelage te verliezen toen hij enige tijd volledig geabstraheerd werk maakte. Bremmer liet hem in een brief weten: ‘Het past mij finantieel [sic] niet, wat ik U dit jaar uitbetaal is al een heel ding voor mij. Ik weet ook niemand die zou willen helpen, allen zouden daarvoor werk vragen en wat Ge nu maakt zou toch geen, zover ik weet, willen accepteren.’3 Van der Leck keerde terug naar zijn eerdere weliswaar behoorlijk abstracte, maar nog tot de werkelijkheid te herleiden voorstellingen.

5. Hendricus Petrus Bremmer, Dennenbomen (Harskamp), 1912, olieverf op doek, Kröller-Müller Museum, Otterlo
5. Hendricus Petrus Bremmer, Dennenbomen (Harskamp), 1912, olieverf op doek, Kröller-Müller Museum, Otterlo

Onder Bremmers leiding ontstonden honderden particuliere verzamelingen van meer of minder formaat, die alle een weerslag zijn van zijn kunstvoorkeuren.4 Een aantal kunstenaars, waaronder Jacob Nieweg (1877-1955), Dirk Nijland (1881-1955), Willem van der Nat (1864-1929) en Jan-Adam Zandleven (1868-1923), is vrijwel exclusief vertegenwoordigd in Bremmeriaanse verzamelingen. Daarnaast propageerde de kunstpaus ook het werk van kunstenaars met succes buiten de kring, zoals Floris Verster (1861-1927) en Vincent van Gogh. In de omgeving van Bremmer werd dan ook opvallend veel werk van de laatste aangeschaft. Kröller-Müller kocht tussen 1912 en 1914 zelfs zo veel Van Goghs dat het een prijsstijging tot gevolg had. Bremmer droeg zo in belangrijke mate bij aan de bekendwording van Van Gogh in Nederland.

Auteur: Merel van den Nieuwenhof

Noten
1. Zie ook: M. van den Nieuwenhof, De invloed van H.P. Bremmer op de bekendwording van Vincent van Gogh in Nederland (masterscriptie), Radboud Universiteit Nijmegen, 2009; H. Balk, De kunstpaus H.P. Bremmer 1871-1956, Bussum 2006.

2. Brief van Thorn Prikker aan Borel, 22-28 januari 1893. Gepubliceerd in: J.M. Joosten, De brieven van Johan Thorn Prikker aan Henri Borel en anderen 1892-1904 met ter inleiding fragmenten uit het dagboek van Henri Borel 1890-1892; bijeengebracht en toegelicht door Joop M. Joosten, Nieuwkoop 1980, p. 96. Ook geciteerd in: Balk 2006, p. 41.

3. Brief van Bremmer aan Van der Leck, 14 oktober 1918. Gepubliceerd in: C. Hilhorst, Vriendschap op afstand: de correspondentie tussen Bart van der Leck en H.P. Bremmer, Bussum 1999, pp. 99-100.

4. Zie hiervoor H.P. Bremmer (1871-1956), themanummer van Jong Holland 9 (1993) No.2, en hierin het artikel van Hildelies Balk, ‘De freule, de professor, de koopman en zijn vrouw. Het publiek van H.P. Bremmer’ (pp. 4-24).