Zandleven, Jan Adam

(Koog a/d Zaan 1868 - 1923 Rhenen)

a. Besneeuwd landschap, 1906; olieverf op doek op paneel gelijmd, 33 x 47,5.

Zandleven was de oudste zoon van een verffabrikant die graag wilde dat hij ook in het bedrijf kwam werken. Hoewel hij veel liever kunstenaar wilde worden, gaf hij aanvankelijk aan de wens van zijn vader toe, al bleef hij in zijn vrije tijd met veel energie tekenen en schilderen. In 1902 besloot hij zich echter alsnog op het schilderen te gaan toeleggen, mede op aanraden van Jozef Israëls en P.J.C. Gabriël, die hij wat werk had laten zien. Hij vestigde zich in 1904 in Gorssel, waar hij zich op eigen gelegenheid in het schilderen bekwaamde. Kort daarop maakte hij kennis met H.P. Bremmer, die zijn talent onderkende en hem met raad en daad bij ging staan. Niet alleen schreef Bremmer geregeld over hem in zijn tijdschrift Beeldende Kunst, hij steunde hem ook financieel door geregeld werk van hem af te nemen en dat aan zijn cursisten te verkopen. In deze periode schilderde Zandleven vooral landschappen en bosgezichten, in een stijl die aansluit bij de Haagse School. In 1908 exposeerde hij voor het eerst, maar de kritiek was niet onverdeeld positief en hij verkocht nauwelijks iets. Hij gaf de moed echter niet op en bleef in de jaren hierna geregeld aan tentoonstellingen meedoen. Langzamerhand ontwikkelde hij de karakteristieke werkwijze waarmee hij bekend is geworden en die het best omschreven kan worden als een kleurig, breed en pasteus soort pointillisme. Na in 1912 met Bremmer een reis naar Düsseldorf en Keulen te hebben gemaakt om tentoonstellingen te bezoeken, ging hij in Putten wonen. Hier ging hij naast landschappen steeds vaker stillevens en interieurs schilderen. De verkoop van zijn werk begon nu wat beter te lopen, zodat de financiële ondersteuning door Bremmer in 1917 gestaakt kon worden. Deze bleef Zandleven overigens wel op een andere wijze steunen; zo wijdde hij in 1922 een hele aflevering van Beeldende Kunst aan hem.

b. Bloeiende vruchtenboom, 1914; olieverf op doek, 52 x 37.

Ondertussen was Zandleven in 1918 voor de laatste maal verhuisd, naar Rhenen. Hier zou hij de rest van zijn leven blijven werken, totdat hij op nog maar 55-jarige leeftijd aan kanker overleed. Ondanks zijn zeer herkenbare, persoonlijke stijl was hij toen bij het grote publiek nog steeds nauwelijks bekend. Ongetwijfeld komt dat omdat hij zich altijd vrij afzijdig had gehouden van de kunstwereld. Weliswaar was hij enige jaren (buiten)lid van Arti et Amicitiae en Sint Lucas geweest, maar de enige collega’s met wie hij vaker contact had waren andere kunstenaars uit de kring rond Bremmer. Vooral dankzij diens steun hadden zijn schilderijen hun weg gevonden naar een toegewijde, maar kleine kring van liefhebbers en verzamelaars. Pas in 1929, zes jaar na zijn dood, werd zijn naam in bredere kring bekend, dankzij een ‘eretentoonstelling’ in het Stedelijk Museum in Amsterdam, maar eigenlijk is zijn reputatie pas definitief gevestigd na de grote expositie van zijn werk in 1962 in het Dordrechts Museum.

Dit artikel (van de hand van Jan Jaap Heij) is met toestemming van de rechthebbenden (Drents Museum en uitgever WBOOKS BV) ontleend aan het boek 'Vernieuwing & Bezinning' dat niet meer zal worden herdrukt.

ab. JAV Studio’s, Assen