Vreugde, Johannes Ludovicus (Louis)

(Den Bosch 1868 - 1936 Den Haag)

a. Vrouwenbuste (de echtgenote van de kunstenaar), ca. 1900; marmer, hoogte 35.

Net als zijn broers Marinus en Anton, leerde Vreugde de eerste kneepjes van het vak van zijn vader, die meubelmaker en beeldhouwer was, om daarna naar de Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunsten in zijn geboortestad te gaan (1886-89). Vervolgens werd hij in Haarlem medewerker op het atelier voor kerkelijke beeldhouwkunst van Frans Stracké (een zoon van Th. Stracké, directeur van de Koninklijke School, en een neef van Franz Stracké, de hoogleraar beeldhouwen aan de Rijksakademie), waar hij bevriend raakte met H.A. van den Eijnde. Daarnaast volgde hij de lessen van Eugène Lacomblé (1828-1905) aan de academie in Den Haag. In 1893 voerde hij voor de Amsterdamse firma Van den Bossche & Crevels decoratief beeldhouwwerk uit aan Station Hollands Spoor in Den Haag om daarna voor enkele jaren naar Duitsland te vertrekken. Hier assisteerde hij verschillende beeldhouwers bij projecten in Berlijn, Münster, Hannover en München. In 1899 keerde hij terug naar Nederland en werkte enige maanden op het atelier van Cuypers en Stoltzenberg in Roermond.
In 1900 vestigde hij zich in Haarlem, waar hij een eigen atelier voor decoratief en architecturaal beeldhouwwerk begon, dat al spoedig succes kreeg. In de jaren die volgden zou hij, voornamelijk in en om Haarlem, een groot aantal opdrachten voor grafmonumenten, gevelstenen, kapitelen, schouwen en allerhande ornamentale sculptuur uitvoeren. In 1904 werd hij benoemd tot leraar boetseren aan de Haarlemse Kunstnijverheidsschool, waaraan hij tot 1919 verbonden zou blijven. In 1916 begon hij aan zijn belangrijkste en omvangrijkste project: het beeldhouwwerk aan het gebouw van het Koloniaal Instituut in Amsterdam (het huidige Tropenmuseum), waaraan hij, samen met diverse collega’s, ruim tien jaar zou blijven werken. Voor dit enorme gebouw, dat was ontworpen door J. en M.A. van Nieukerken, vervaardigde hij zowel zuiver decoratieve onderdelen als friezen en reliëfs met scènes uit de Nederlandse koloniale geschiedenis (deels naar tekeningen van W.O.J. Nieuwenkamp). Ook aan het interieur leverde hij meerdere bijdragen, waaronder een serie portretbustes van de initiatiefnemers van het instituut. Daarnaast bleef hij overigens geregeld voor andere opdrachtgevers werken en na de voltooiing van het Koloniaal Instituut bleef zijn orderportefeuille nog jarenlang goed gevuld.

b. Model van kapiteel met olifant, ca. 1920; gips, 42 x 55 x 29.

Naast een omvangrijk oeuvre aan toegepaste sculptuur heeft Vreugde regelmatig vrij werk gemaakt, zoals portretbustes, plaquettes en kleinplastiek. Ook heeft hij enkele penningen ontworpen, onder meer voor de firma Begeer. Slechts twee keer heeft hij een opdracht voor een vrijstaand beeldhouwwerk van wat groter formaat gekregen. De eerste opdracht kwam in 1913 van de vereniging “s-Hertogenbosch Belang’ en betrof een monumentale stenen vaas met figuren uit de geschiedenis van Den Bosch, die op het stationsplein in deze stad kwam te staan (de vaas werd in 1978 zwaar beschadigd; een bronzen kopie staat sinds 2003 op het Julianaplein). De tweede opdracht betrof de bronzen groep van de Twentse schaapsherder, die in 1929 door de familie Van Heek aan het Rijksmuseum Twente in Enschede werd geschonken, ter plaatsing op de binnenplaats (het museum was gesticht door deze familie, voor wie Vreugde vaker heeft gewerkt). Verder heeft hij verschillende malen deelgenomen aan prijsvragen voor ontwerpen voor standbeelden en monumenten, waaronder die voor het Hildebrandt-monument in Haarlem (1913), het monument voor stadhouder Willem III in Breda (1915) en het monument voor Koningin-moeder Emma in Den Haag (1934). Geen van zijn inzendingen heeft echter ooit een eerste prijs behaald. Vermoedelijk was zijn degelijke, maar vrij traditionele manier van werken daar niet spectaculair genoeg voor. Maar zonder die degelijkheid, die toch nooit in middelmatigheid en saaiheid ontaardde, zou hij waarschijnlijk niet zoveel opdrachten voor toegepast werk hebben gekregen.

Dit artikel (van de hand van Jan Jaap Heij) is met toestemming van de rechthebbenden (Drents Museum en uitgever WBOOKS BV) ontleend aan het boek 'Vernieuwing & Bezinning' dat niet meer zal worden herdrukt.

ab. JAV Studio’s, Assen