Valk, Maurits Willem van der

(Amsterdam 1857 - 1935 Laren)

a. Landschap met vaart, ca. 1895/1900; olieverf op paneel, 14 x 36.

Van der Valk, die de zoon was van een huisschilder, kreeg zijn opleiding aan de Rijksakademie in Amsterdam (1878-84). Medestudenten met wie hij bevriend raakte waren o.a. Antoon Derkinderen, Jan Toorop, Jan Veth en Willem Witsen. Na voltooiing van zijn opleiding betrok hij een groot atelier in Amsterdam, dat al gauw een ontmoetingsplaats werd voor zijn studievrienden en andere in vernieuwing geïnteresseerde jonge kunstenaars. Via de dichter Willem Kloos, met wie Van der Valk al op de lagere school bevriend was geraakt, gingen ook enkele jonge literatoren, onder wie Frederik van Eeden, Herman Gorter en Albert Verwey, deel uitmaken van deze groep, die als de Beweging van Tachtig de geschiedenis is ingegaan. In 1885 werd het tijdschrift De Nieuwe Gids opgericht, dat als spreekbuis van deze beweging ging functioneren. Van der Valk ging, evenals Witsen en Veth, in dit tijdschrift over beeldende kunst schrijven. Zijn brood verdiende hij in deze jaren vooral met het geven van tekenles.

b. Strandgezicht met paard en wagen, ca. 1910/20; ets, 19 x 49.

In 1890 vertrok hij naar Frankrijk, waar hij eerst in Parijs en daarna in Auvers sur Oise woonde en waar hij zich steeds meer op het etsen ging toeleggen (hij was sinds 1889 lid van de Nederlandsche Etsclub). In 1893 keerde hij terug naar Amsterdam, van waaruit hij vooral in de omgeving van de stad werkte. In 1902 verhuisde hij naar Scherpenzeel op de Veluwe (en werd buitenlid van Arti et Amicitiae), van 1905 tot 1909 woonde hij in Amersfoort, van 1909 tot 1919 in Leiden, om de laatste jaren van zijn leven in Laren te verblijven. Ook al werd zijn werk doorgaans positief in de pers besproken, van de verkoop kon hij nooit ruim leven en hij was vaak genoodzaakt met lesgeven wat bij te verdienen. Dat deed hij echter altijd met veel enthousiasme, zoals blijkt uit herinneringen van leerlingen. Daarnaast is hij geregeld over kunst blijven schrijven.

c. Orchidee, 1929; gekleurd krijt, 84 x 28.

Van der Valk is in de eerste plaats bekend geworden door de centrale rol die hij bij de opkomst van de Beweging van Tachtig heeft gespeeld. Hierdoor wordt wel eens vergeten dat hij ook als beeldend kunstenaar zijn verdiensten heeft gehad. Naast een groot aantal sfeervolle schilderijen en tekeningen heeft hij enkele litho’s en vele prachtige etsen gemaakt. In de vroegste is sprake van een opmerkelijk losse, schetsmatige aanpak, die in de loop der jaren evolueerde tot een meer doorwerkte, uitgewogen manier van weergeven. Zijn onderwerpen zijn vooral landschappen, veelal weidse gezichten over uitgestrekte polders, maar hij heeft ook enige stadsgezichten en diverse stillevens op zijn naam staan, waaronder een serie intrigerende afbeeldingen van Japanse fantasiemonstertjes uit het Etnografisch Museum te Leiden.

Dit artikel (van de hand van Jan Jaap Heij) is met toestemming van de rechthebbenden (Drents Museum en uitgever WBOOKS BV) ontleend aan het boek 'Vernieuwing & Bezinning' dat niet meer zal worden herdrukt.

abc. Tom Haartsen, Ouderkerk a/d Amstel