Rozenburg (Rozenburg), NV Haagsche Plateelbakkerij/Koninklijke Porselein- en Aardewerkfabriek

(Den Haag 1883 - 1917)

a. Mokka-kannetje en suikerpotje (beschildering: S. Schellink), 1911/12 en 1906; eierschaalporselein, hoogte 16,5 x 10,5.

Rozenburg werd opgericht door de uit Duitsland afkomstige oud-militair Wilhelm Wolff Freiherr von Gudenberg (1855-1930), die, voordat hij zich in Den Haag vestigde, korte tijd bij de Porceleyne Fles in Delft had gewerkt. Na een korte maar moeizame aanloopperiode kreeg de fabriek al gauw veel succes met de productie van door Th.A.C. Colenbrander ontworpen sieraardewerk. Daarnaast vonden ook de tegeltableaus met afbeeldingen van schilderijen uit de Haagse School veel aftrek. Von Gudenberg beschikte echter over onvoldoende commercieel inzicht en daarom ging het in financieel opzicht minder rooskleurig dan in artistiek opzicht, zodat de Raad van Bestuur zich genoodzaakt zag hem in 1889 te ontslaan. Colenbrander verliet kort daarop ook de fabriek.
Met het aantreden van Jurriaan Kok (1861-1919) als directeur in 1894 brak een – nu ook in commercieel opzicht – nieuwe bloeiperiode aan. Kok was oorspronkelijk tot architect opgeleid aan de Polytechnische School te Delft waar hij o.a. les had gehad van Adolf le Comte. Hij breidde het assortiment van Rozenburg aanzienlijk uit, maar zijn reputatie is vooral gebaseerd op zijn uitvinding van het zogenoemde ‘eierschaal-porselein’, waarmee Rozenburg rond 1900 veel waardering oogstte, ook internationaal. Dit porselein, dat vanaf 1899 in productie was, is een bijzonder sterk soort beenderporselein, waarvan uiterst dunne en dus lichte voorwerpen vervaardigd konden worden: een kopje of vaasje van dit porselein voelt inderdaad net zo licht aan als een lege eierdop. Kok ontwierp zelf een hele serie zeer elegante modellen, terwijl hij tevens verscheidene uiterst getalenteerde schilders aan de fabriek wist te binden. Zij decoreerden het porselein met sierlijke en zeer verfijnde, gestileerde plant-, bloem- en diermotieven, die vaak sterk op Japanse voorbeelden geïnspireerd lijken te zijn. Bekende schilders zijn o.a. Daniël Harkink (1862-1953), Willem Hartgring (1874-1940) en Sam Schellink (1876-1958).
Nadat in 1900 op de Wereldtentoonstelling in Parijs een gouden medaille behaald was, kreeg de fabriek van koningin Wilhelmina het recht het predikaat ‘koninklijk’ te voeren. Er ontstond nu grote vraag naar het eierschaalporselein, dat, hoewel het vrijwel geheel met de hand vervaardigd moest worden, in relatief grote hoeveelheden werd geproduceerd. Door die ambachtelijk productiewijze was en bleef het echter zeer duur en na 1904 begon de verkoop daarom terug te lopen en raakte de fabriek in de rode cijfers. De ontwikkeling van andere producten, zoals het ‘Juliana-aardewerk’ naar ontwerp van Th.K.L. Sluyterman, bracht niet voldoende soelaas, waarna het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog de genadeklap gaf. In 1917 werd Rozenburg geliquideerd en alle bezittingen verkocht. Verschillende modellen werden door andere aardewerkfabrieken overgenomen en nog jarenlang doorgeproduceerd, terwijl ook de schilders allemaal elders een werkkring vonden. Met het zo arbeidsintensieve eierschaalporselein was het echter afgelopen. Gelukkig heeft het Gemeentemuseum Den Haag een belangrijk deel van het bedrijfsarchief en een groot aantal proefstukken en modellenboeken veilig weten te stellen.

Dit artikel (van de hand van Jan Jaap Heij) is met toestemming van de rechthebbenden (Drents Museum en uitgever WBOOKS BV) ontleend aan het boek 'Vernieuwing & Bezinning' dat niet meer zal worden herdrukt.

a. Tom Haartsen, Ouderkerk a/d Amstel