Gispen, Willem Hendrik

(Amsterdam 1890 - 1981 Den Haag)

a. Hanglamp van verchroomd metaal en glas, ca. 1930; hoogte 100.

Gispen, die de zoon was van een tabakshandelaar, werd aanvankelijk opgeleid tot leraar Frans, maar na enkele jaren les gegeven te hebben in Engeland, waar hij kennis maakte met de ideeën van John Ruskin en William Morris, besloot hij architect te worden. Hij keerde in 1912 terug naar Nederland en schreef zich in aan de Rotterdamse academie, waar architect Willem Kromhout een van zijn leermeesters was. In 1916 werd hij ontwerper in een fabriek voor smeedwerk, waar hij echter na enkele maanden onenigheid kreeg. Daarop besloot hij voor zichzelf te beginnen, nam met geleend geld een kleine smederij in Rotterdam over en startte met twee assistenten de firma W.H. Gispen & Co.
Aanvankelijk legde Gispen zich toe op het vervaardigen van siersmeedwerk voor gebouwen (met name hekwerken en balustrades), waarvoor hij al gauw de nodige opdrachten kreeg, onder meer van Kromhout. Nadat hij zijn firma in 1917 had uitgebreid begon hij ook huisraad in serie te produceren, vooral lampen, klokken en kachels. Daarnaast ontwierp hij ook af en toe meubilair en betimmeringen, waarvan een deel werd uitgevoerd door de L.O.V.-fabriek in Oosterbeek. De stijl van zijn ontwerpen, die in het begin nog druk en expressief was, in de trant van de Amsterdamse School, werd in de loop van de jaren ’20, mede door zijn contacten met de kunstenaars uit de Stijl-groep en door zijn kennismaking met de ideeën van Le Corbusier, steeds strakker en zakelijker. Veel succes oogstte hij met zijn serie ‘GISO-lampen’: wand- en hanglampen en plafonniers, uitgevoerd in glas en verchroomd metaal, die met hun strakke, puur functionele vormen tot de modernste lampen behoorden die op dat moment (de eerste dateren uit 1926) in Nederland gemaakt werden.
Rond 1930 werd het assortiment van de fabriek verder verbreed, nu met (kantoor)meubelen van metalen buizen en plaatstaal, waarmee hij alweer voorop liep. De ontwerpen kwamen echter steeds meer van andere kunstenaars dan Gispen zelf.

b. Plafonnière van verchroomd metaal en glas, ca. 1930; hoogte 37.

Ondanks de economische recessie liep de verkoop van deze nieuwe producten zo goed, dat de fabriek vanwege ruimtegebrek in 1934 naar Culemborg verhuisde (waar hij nog steeds staat). Na de Tweede Wereldoorlog trok Gispen zich terug uit de leiding van zijn bedrijf. Hij nam nu meer tijd voor het schrijven over interieurkunst – wat hij overigens ook voor de oorlog al regelmatig had gedaan – en voor zijn activiteiten binnen de BKI (zie hierover blz. 00), waarvan hij tot 1950 voorzitter was. In 1953 richtte hij samen met anderen een tweede meubel- en lampenfabriek op, ‘Kemba’, waarvoor hij ontwerpen maakte waarin kleur een grotere rol speelde. Na circa 1960 hield hij langzamerhand op met ontwerpen; hij ging etsen leren aan de Haagse academie en legde zich de laatste jaren van zijn leven geheel toe op het maken van grafiek.

Dit artikel (van de hand van Jan Jaap Heij) is met toestemming van de rechthebbenden (Drents Museum en uitgever WBOOKS BV) ontleend aan het boek 'Vernieuwing & Bezinning' dat niet meer zal worden herdrukt.

ab. Tom Haartsen, Ouderkerk a/d Amstel