Gero

(Zeist 1912 - 1974)

a. V.l.n.r.: Schaaltje op voet, vaas en bonbondoosje (ontwerp van G. Nilsson); kandelaar en vaasje (ontwerp Chris van der Hoef); suiker- en theepot (ontwerp Th. Hooft), ca. 1930/35; alles tin, hoogte kandelaar 27.

De ‘N.V. Eerste Nederlandsche Fabriek van Nieuw Zilverwerken, voorheen M.J. Gerritsen & Co’ (vanaf 1919 ‘Gerofabriek’ genaamd) werd in 1912 opgericht door Marius Gerritsen, telg uit een bekende Amsterdamse juweliersfamilie. Gerritsen was zijn loopbaan gestart in de zilverfabriek die zijn vader in 1904 in Zeist had opgericht, maar hij besefte na enige tijd dat de verwerking van onedele metalen meer toekomst bood. Als eerste firma in zijn soort in Nederland, richtte Gero zich op het middenklasse-publiek, dat zich geen echt zilver kon veroorloven, maar wel prijs stelde op gebruiksvoorwerpen die er fraai en luxueus uitzagen. Aanvankelijk lag het accent vooral op de productie van bestekken van zogenoemd ‘nieuw zilver’ of alpaca: een legering van tin, nikkel en koper, die sterk op zilver lijkt. Dit werd al gauw ook geleverd met een heel dun laagje echt zilver erop (dat via electrolyse werd aangebracht) en dan met de term ‘Gero-zilver’ aangeduid. Na enkele jaren werd het assortiment uitgebreid en ging Gero ook andere gebruiksvoorwerpen fabriceren: thee- en koffieserviezen, rookstellen, vazen, kandelaars, schalen, flessenhouders, sigarettendoosjes etc. Behalve van alpaca werden deze ook van tin, nikkel en van enkele nieuwe legeringen vervaardigd.
De producten uit de beginfase van Gero ogen doorgaans nogal traditioneel-historiserend, maar in de loop van de jaren ’20 werden, meestal op freelance-basis, enkele kunstenaars van buitenaf aangetrokken die voor een moderne, eigentijdse vormgeving zorgden. Een van de productiefste van hen was Chris van der Hoef, die vanaf 1923 een groot aantal voorwerpen in een op de Amsterdamse School geïnspireerd stijl ontwierp. Begin jaren ’30 modelleerde hij ook een serie tinnen dierfiguurtjes, die deels als boekensteunen, deels als losse siervoorwerpen in de handel werden gebracht. Hoogtepunten in zijn werk voor Gero zijn twee serviezen uit ca. 1930, die er opvallend sober en functionalistisch uitzien. Sober van vorm zijn ook de uitgebreide bestek-serie van Jan Eisenloeffel uit 1929 en de vazen, kandelaars, olie- en azijnstellen en het likeur- en het bowlstel van A.D. Copier uit 1930-33. De stellen bestonden overigens uit glaswerk van de Glasfabriek Leerdam dat in een montuur van Gero-zilver gevat was; een vergelijkbare samenwerking bestond er in dezelfde tijd met de ceramiekfabriek Zuid-Holland. Andere vermeldenswaardige Gero-ontwerpers waren Rinze Hamstra (1895-1974), Theodorus Hooft (1900-1990) en de Deen Georg Nilsson (1888-1975). Deze laatste had zijn opleiding o.a. gekregen bij de befaamde edelsmid Georg Jensen en was, voordat hij in 1933 naar Zeist kwam, werkzaam geweest in de fabriek die Gero in 1922 in Kopenhagen had opgericht. De Scandinavische markt was voor Gero namelijk lange tijd van groot belang, al noopte de economische recessie in 1933 tot sluiting van de Deense vestiging.

b. V.l.n.r.: Suiker- theepot (ontwerp Th. Hooft), verzilverd alpaca; vaasje (ontwerper onbekend), half mat geglazuurd aardewerk in tinnen montuur (uitvoering vaasje Zuid-Holland); twee bonbonschaaltjes en schenkkan (ontwerp Chris van der Hoef), verzilverd alpaca en tin; kannetje (ontwerp G. Nilsson), verzilverd alpaca; alles ca. 1930/35; hoogte schenkkan 19,5.

Mede dankzij de ontwikkeling in 1931 van een nieuwe, roestvrije legering (zilmeta’ genaamd) die niet vlekte, wist Gero de moeilijke jaren ’30 verder heelhuids door te komen. Nadat de productie in de Tweede Wereldoorlog vrijwel stil was komen te liggen, maakte het bedrijf vanaf eind jaren ’40 een nieuwe bloeiperiode door. Er werden nieuwe fabrieken geopend in Gramsbergen en Nieuw Weerdinge en bestaande fabrieken in België en Duitsland overgenomen. Hiermee nam de directie echter te veel hooi op zijn vork en daardoor kwam Gero begin jaren ’70, toen de economie wat terugliep, in grote problemen. Die leidden in 1974 tot sluiting van de fabriek in Zeist, nadat kort daarvoor reeds alle buitenlandse belangen waren afgestoten. Alleen de fabriek in Nieuw Weerdinge bleef nog enige jaren open, om in 1985 uiteindelijk op te gaan in de firma Van Kempen & Begeer in Zoetermeer. In die laatste plaats werd de productie geconcentreerd en tegenwoordig wordt hier nog steeds bestek gefabriceerd dat onder de merknaam ‘Gero’ verkocht wordt.

Dit artikel (van de hand van Jan Jaap Heij) is met toestemming van de rechthebbenden (Drents Museum en uitgever WBOOKS BV) ontleend aan het boek 'Vernieuwing & Bezinning' dat niet meer zal worden herdrukt.

ab. JAV Studio’s, Assen
abc. JAV Studio’s, Assen