Frankfort, Eduard

(Meppel 1864 - 1920 Laren)

a. Meisjesportret, 1892; aquarel, 54 x 44.

Frankforts vader, een vrome joodse zakenman, had het liefst gezien dat zijn zoon rabbijn werd, maar stemde er uiteindelijk toch in toe dat hij in 1879 naar de Rijksakademie ging. Met een onderbreking voor een studieverblijf van enige maanden in Antwerpen, volgde hij daar de lessen tot 1887. Daarna vestigde hij zich definitief in Amsterdam, waar hij lid werd van Sint Lucas en Arti et Amicitiae en zich ging toeleggen op het schilderen van bijbelse onderwerpen en scènes uit het joodse religieuze leven. Hoewel hij altijd in Amsterdam is blijven wonen, werkte hij op diverse plaatsen in Nederland en hij keerde geregeld terug naar Drenthe om er naar onderwerpen te zoeken. De zomermaanden bracht hij veelal in Laren door. Naast religieus geïnspireerde onderwerpen ging hij in de loop van de jaren steeds meer ‘gewone’ genretaferelen en interieurs schilderen, terwijl hij ook vrij veel portretten heeft gemaakt. Een van zijn bekendste werken is het grote portret uit 1913 van de actrice Esther de Boer van Rijk in haar glansrol als ‘Kniertje’ in het toneelstuk Op Hoop van Zegen van Herman Heijermans. Zijn werkwijze wordt gekenmerkt door een voorkeur voor gedempte, donkere kleuren en een vrij brede penseelvoering.

b. Schoolklas, ca. 1905; olieverf op doek, 38,5 x 52,5.

Over Frankforts levensloop is verder niet veel meer bekend dan dat hij geregeld met succes aan tentoonstellingen deelnam, dat zijn werk diverse malen werd bekroond, dat hij in 1905/06 enige maanden in Zuid-Afrika verbleef, dat hij in 1907 een solotentoonstelling bij kunsthandel Buffa in Amsterdam kreeg en dat hij in 1909, samen met Abraham Hesselink, Benjamin Prins en Hobbe Smith, een uitgebreide expositie in het Stedelijk Museum in Amsterdam had, waar liefst 116 schilderijen, aquarellen en tekeningen van hem te zien waren. Dat hij een geziene figuur in de Amsterdamse kunstwereld was blijkt uit het feit dat hij al in 1895 stemhebbend lid van Arti et Amicitiae werd, dat hij binnen deze vereniging in diverse commissies zat en dat hij in 1919 tot penningmeester werd verkozen. Deze functie zou hij echter slechts kort vervullen; het jaar daarop stierf hij onverwachts na een korte ziekte, nog maar 56 jaar oud.

Dit artikel (van de hand van Jan Jaap Heij) is met toestemming van de rechthebbenden (Drents Museum en uitgever WBOOKS BV) ontleend aan het boek 'Vernieuwing & Bezinning' dat niet meer zal worden herdrukt.

ab. Fotodienst Provincie Drenthe