Cossaar, Jacobus Cornelis Wynand (Ko)

(Amsterdam 1874 - 1966 Den Haag)

a. Zelfportret, ca. 1905; olieverf op paneel, 36 x 27.

Cossaar, die afkomstig was uit een eenvoudig middenstandsmilieu, volgde eerst in Amsterdam enige tijd de lessen aan de Teekenschool voor Kunstambachten en daarna twee jaar de avondcursus van de Rijksakademie. Overdag werkte hij op een atelier waar toneeldecors werden vervaardigd. In 1901 kreeg hij een subsidie van het Willink van Collen-fonds, hetgeen hem in staat stelde enige maanden in Parijs (waar hij bevriend raakte met Kees van Dongen) en Londen te werken. Het jaar daarop kreeg hij opnieuw een subsidie uit dit fonds en vertrok hij weer naar Londen. Hier kwam hij in contact met de Goupil Gallery (het Londense filiaal van de bekende Parijse kunsthandel Goupil), waarmee hij een contract afsloot voor de exclusieve verkoop van zijn werk. Wel exposeerde hij af en toe bij Arti et Amicitiae, waarvan hij in 1903 lid werd. In 1909 keerde hij terug naar Nederland en vestigde zich in Den Haag, van waaruit hij overigens in latere jaren nog meerdere buitenlandse reizen zou maken. Hij mengde zich actief in de Haagse kunstwereld en werd lid van Pulchri Studio en enige tijd later ook van de Hollandsche Teekenmaatschappij. In 1918 trad hij toe tot de Haagsche Kunstkring. Zijn lidmaatschap van Arti et Amicitiae zei hij kort daarna op.

b. Het portaal van St. Pauls Cathedral, ca. 1905; gouache, 46 x 60.

Cossaars vroege werk bestaat voornamelijk uit stadsgezichten, veelal van Londen en Parijs, die met een vlotte impressionistische toets zijn geschilderd of geaquarelleerd. Rond 1910 ging hij zich steeds meer toeleggen op het schilderen van kerkinterieurs, die in de loop van de jaren een ware specialiteit van hem werden en gretig aftrek vonden. In de jaren ’20 maakte hij daarnaast een serie aquarellen, tekeningen en litho’s met bijbelse en literaire onderwerpen, in een ijle, sterk geabstraheerde stijl. Veel van de studies en schetsen die hiermee in verband staan zijn na zijn dood, vaak voorzien van een valse signatuur, als werk van Johan Thorn Prikker in de handel gebracht. De naam van Cossaar, die na zijn dood al gauw in de vergetelheid raakte, is hierdoor enkele jaren geleden weer in het nieuws gekomen, maar zijn werk – zeker waar het de vroege stadsgezichten betreft – is sterk genoeg om op eigen benen te staan.

Dit artikel (van de hand van Jan Jaap Heij) is met toestemming van de rechthebbenden (Drents Museum en uitgever WBOOKS BV) ontleend aan het boek 'Vernieuwing & Bezinning' dat niet meer zal worden herdrukt.

ab. JAV Studio’s, Assen