Copier, Andries Dirk

(Leerdam 1901 - 1991 Wassenaar)

a. Twee graniver bloempotten met onderschotels (uitvoering Glasfabriek Leerdam), ca. 1928; oranje, geel en donkerpaars persglas, hoogte 8 en 12 (alleen de potten).

Copier begon zijn loopbaan op 13-jarige leeftijd als leerjongen in de Glasfabriek Leerdam, waar zijn vader voorman van de ets-afdeling was. Directeur van de fabriek was de vooruitstrevende en idealistische P.M. Cochius, die het talent van de jonge Copier onderkende en hem in de gelegenheid stelde eerst in Utrecht een jaar de lessen aan de Vakschool voor Typografie te volgen (1918/19) en enige jaren later de avondopleiding aan de Rotterdamse academie (1923-24). Daar kreeg hij les van grafisch ontwerper Jac. Jongert, die in deze periode het drukwerk van de glasfabriek vormgaf, een taak die Copier van hem over zou nemen. Nog tijdens zijn studie aan de Rotterdamse academie werd Copier door Cochius met de verantwoordelijke taak belast om als verbindingspersoon te fungeren tussen de uitvoerders in de fabriek en de (freelance-)ontwerpers, onder wie H.P. Berlage, K.P.C. de Bazel, Chris Lanooy, Chris Lebeau en Cornelis de Lorm. Zelf begon Copier al gauw ook te ontwerpen. Zijn eerste uitgevoerde ontwerp was het drinkservies ‘Smeerwortel’ uit 1922/23, dat in zijn sobere, slechts met enkele horizontale ribbels versierde vorm nog een duidelijk invloed van De Bazel laat zien. Hij oogstte er meteen succes mee en verwierf er in 1925 een zilveren medaille mee op de ‘Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes’ te Parijs. Na dit servies zouden er nog vele volgen, waarbij Copiers vormgeving zich onder invloed van de ideeën van De Stijl-groep en het opkomende functionalisme steeds verder zou versoberen.

b. Vijf glazen en twee karaffen uit verschillende serviezen (uitvoering Glasfabriek Leerdam), ca. 1925/35; hoogte karaf 32.

Behalve drinkglazen ontwierp Copier nog allerlei ander sier- en gebruiksglas, zoals vazen, schalen en bloempotten. Opvallende voorbeelden van die laatsten zijn de in heldere kleuren uitgevoerde bloempotten van ‘graniver’, een ondoorzichtig soort persglas, dat sterk op aardewerk lijkt.
Naast serieglas heeft Copier vanaf 1923 ook unica vervaardigd, die in directe samenwerking met een meesterglasblazer in de fabriek ontstonden. In deze unica heeft Copier met allerlei decoratietechnieken en kleureffecten geëxperimenteerd, waarmee hij op vele andere glaskunstenaars invloed heeft uitgeoefend. Zijn unica zijn doorgaans vrij sober van grondvorm, maar vertonen in hun decoratie een grote diversiteit die uiteenloopt van een enkele insnoering en/of een spaarzaam kleuraccent tot drukke en gecompliceerde reliëf- en/of craquelé-patronen.

c. Bowlstel met vier (van de acht) glazen, ca. 1930/35; hoogte bowlkom met deksel 35.

Tot op hoge leeftijd heeft hij unica vervaardigd, vanaf 1977 veelal in het nabij Leerdam gelegen glasatelier ‘De Oude Horn’ van zijn jongere collega Willem Heesen.
Zowel met zijn serieglas als met zijn unica werk heeft Copier veel invloed uitgeoefend op jongere glasontwerpers. Het is voor een groot deel aan hem te danken dat de Nederlandse glaskunst in de 20ste eeuw internationaal heeft meegeteld en nog steeds meetelt.

Dit artikel (van de hand van Jan Jaap Heij) is met toestemming van de rechthebbenden (Drents Museum en uitgever WBOOKS BV) ontleend aan het boek 'Vernieuwing & Bezinning' dat niet meer zal worden herdrukt.

a. Tom Haartsen, Ouderkerk a/d Amstel
b. JAV Studio’s, Assen
bc. JAV Studio’s, Assen